Inleiding
De plantage Peperpot is naar alle waarschijnlijkheid gesticht door de Engelsen. Toen zij in Suriname aankwamen (1651) zijn ze direct begonnen met het aanleggen van (suiker)plantages. Deze eerste plantages lagen allemaal rond Paramaribo. Dit was dus ook het geval met de Peperpot. Het begin van de Peperpot moet ongeveer tussen 1651 – 1660 gelegen hebben. Over het ontstaan is tot nu toe niets terug gevonden.
De naam en grootte
Het zou best wel eens zo kunnen zijn dat de Peperpot of althans een (groot) deel ervan als kostgrond werd gebruikt en dus was het dure grond. De naam Peperpot versterkt dit vermoeden. Het kan ook zijn dat de naam afkomt van het Indiaanse woord Peprewatta, een soep van vis/vlees met knolgewassen die met peper op smaak gemaakt werd. Het is mogelijk dat hier de naam Peperpot aan te danken is. Zekerheid hierover is er niet. In de Surinaamse volksmond heet de Peperpot “Peprepatoe”. In 1752 was de Peperpot slechts 280 hectare groot, maar in de hoogtijdagen was hij wel 1600 hectare groot. In de 19e eeuw had de plantage een grootte van ongeveer 360 hectare. Eind 19e eeuw, om precies te zijn 1895, was de plantage 646 hectare groot, waarvan slechts 80 hectare in cultuur was gebracht en dus vruchtdragend was.
De ligging
De plantage ligt ten zuidoosten van Paramaribo, in het district Commewijne en langs de Surinamerivier. Het ligt aan de andere kant van de Surinamerivier. Vandaag de dag is de plantage makkelijk te bereiken dankzij de Wijdenboschbrug over de Surinamerivier. Nu hoef je niet meer met de boot over. De brug ligt er sinds 20 mei 2000, en verbindt Paramaribo met de plaats Meerzorg en het district Commewijne. De brug is 1504 meter lang en heeft twee rijstroken en is alleen geschikt voor auto- en bromfietsverkeer.
Van 1700 tot 1771
De familie Halewijn was eigenaar van een uitgebreid aaneengesloten plantagebezit. Eén van die plantages was de Peperpot, de andere lagen er in de buurt. Halewijn was van hoge komaf. Hij was heer van Abbenbroek, een dorp dat hoort bij de gemeente Bernisse, naast Spijkenisse en ten zuidwesten van Rotterdam. Halewijn was ex-burgemeester van Dordrecht, één van de toonaangevende steden van Holland. Ook was hij bewindhebber van de WIC. Verder was hij gehuwd geweest met Agneta de Witt, dochter van raadspensionaris de Witt. Hij werd beschuldigd van landverraad en werd gevangen gezet op slot Loevestein. In 1696 vluchtte hij naar Suriname. Hij bouwde al snel een rijk (suiker)plantagebezit op, waaronder dus de Peperpot. Halewijn overleed in 1727. Vanaf 1752 was de plantage Peperpot in handen van baron van Essen tot Helbergen, ook heer van Abbenbroek. Van Essen is nooit van zijn leven in Suriname geweest. In 1752 was de Peperpot niets waard. Er werkten 16 slaven en de totale waarde bedroeg slechts fl. 16.703,=. Toentertijd was de plantage 700 akkers groot, ongeveer 280 ha. Buurplantage ’t Eylant was daarentegen fl. 157.475,= waard. Hieruit zouden we kunnen afleiden dat de Peperpot toch voornamelijk dure kostgrond was. In deze tijd werden er op de plantage wel koffie, tayer en bananen geteeld. De tayer is een plant uit de aronskelkfamilie. Het is een kruidachtige, vaste plant waarvan zowel de wortelknollen als de bladeren worden gegeten. Eind zestiger jaren en begin zeventiger jaren van de 18e eeuw veranderde er veel in Suriname. Veel producten van de plantages vonden gretige aftrek in Nederland en dus dachten velen dat er veel geld te verdienen was. Er werd veel geld geleend aan iedereen in Suriname. Gevolg was dat de prijzen in Suriname omhoog schoten. Naast het land en de huizen werden de slaven ook duurder. Alleen de prijzen van de producten gingen niet omhoog. Gevolg was dat vele landeigenaren met torenhoge schulden kwamen te zitten met hoge rente. De schuldeisers werden plantage-eigenaren. Deze nieuwe eigenaren stelden directeuren aan om de plantages te beheren. Dit kwam de plantages meestal niet ten goede.
Na de economische crisis
Zo rond de 80-er jaren van de 18e eeuw begon de plantage weer op te bloeien. Er werden meer slaven aangevoerd en aan het hoofd stond baron van Essen. Het was ook toen een relatief kleine plantage. Het nieuwe plantagehuis was klein, zonder verdieping, en de zolder werd gebruikt als koffiebergplaats. Naast de Peperpot bezat de familie van Essen ook de plantage ’t Eylant. Op de Peperpot werd koffie en katoen verbouwd en op ’t Eylant suiker. N. Walewyn werd directeur. Omstreeks deze tijd (eind 18e eeuw) werd de grote, massieve koffieloods gebouwd. Eerst stond deze op de plantage Kerkshoven aan de Warapperkreek en pas later werd hij overgebracht naar de Peperpot. Op één van de bovenlichten was een raam gemaakt met het opschrift “Kerkshoven” erop. Dit raam wordt nu bewaard in het museum van het Fort Nieuw Amsterdam. Nadat de plantage in handen was geweest van M. Broen, C.L. de Veer en Wright kwam de plantage uiteindelijk aan het begin van de 20e eeuw in handen van de familie Jansen.
Emancipatie
Toen de slavernij in 1863 werd afgeschaft werden er op de Peperpot ook 51 slaven in vrijheid gesteld. De plantage moet net als andere plantages in Suriname overgaan tot contractarbeiders. De eerste contractarbeiders waren de Chinezen, daarna de Hindoestanen en daarna de Javanen. Ook de Creolen, die uit het binnenland kwamen werden contractarbeiders. Zo produceerde de plantage in 1895 18362,50 kg. cacao, 1900 bossen bananen, 225 dozen bacoves (kleine bananen) en 3375 kg. koorn. Er werkten toen 46 Creoolse arbeiders. Eind 19e, begin 20e eeuw gingen de plantages efficiënter werken en ging men plantages samenvoegen. Zo ontstond er de “Cultuur Maatschappij Dordrecht en Peperpot”. Deze maatschappij kwam onder beheer van de Nederlandse Handel Maatschappij en vormde een onderdeel van het plantagecomplex Mariënburg. In de jaren 1898 – 1929 werden 831 Brits-Indiërs en 1276 Javanen te werk gesteld.
Familie Jansen
In 1905 werd Anton Jansen directeur op de Peperpot. De plantage was toen eigendom van de Rubber Cultuur Maatschappij te Amsterdam. De plantage had toen 148 arbeiders. Na enige tijd kocht Anton de plantage. Tot in de zestiger jaren van de 20e eeuw heeft de familie de plantage in bezit gehad. De familie zorgde goed voor de plantage. Zo werd bijvoorbeeld in 1949 een staat opgemaakt van de plantage Peperpot, inclusief “La Liberté”. De koffiecultuur besloeg 100 hectare en nog 140 hectare overige velden. De koffie bracht na aftrek van kosten een kleine fl. 50.000,= op. De rijstpercelen brachten slechts fl. 910,= op. Tenslotte beschikte de plantage ook nog over 30 hectare cacaocultuur. Daarna waren er nog een batterij aan andere kosten, zoals aanplant, onderhoud en aanschaf van machinerieën, onderhoud gebouwen en wegen, arbeidsloon, verzekeringen enz. Uiteindelijk bleef er een batig saldo over van ongeveer fl. 6500,=. Eigenlijk het inkomen van de familie Jansen. Een goed salaris voor die tijd, maar ook geen vetpot.
Op dit moment staan er op de Peperpot twee woonhuizen uit het begin van de 20e eeuw, waarvan een directeurswoning uit 1927, onlangs gerestaureerd door Chris van der Vossen. Hierachter ligt de arbeiderskampong. Verder staat er op het terrein nog een koffieloods, die men op dit moment aan het restaureren is. En naast de Surinamerivier staat nog een mechanische koffiefabriek uit de 20e eeuw. Naast deze fabriek staat een houten sluis. Tot 1996 produceerde men nog citrus en een beetje koffie. Het personeel woont nog op de kampong, maar is in 1996 ontslagen. Voorman is de heer Felter. Hij is nog steeds in dienst en let nog op alles wat er staat.

